Reisebericht – Berlijn

verzoeningskapel

Interieur van de ‘Kapelle der Versöhnung’ die in 1999 gebouwd werd op de fundamenten van de gesloopte ‘Versöhnungskirche’.               Foto: Rob van Essen

(Deze columns zijn eerder op de website van ‘Kerk in den Haag’ geplaatst. Omdat de website vernieuwd is, zijn ze daar niet meer te lezen)

Reisebericht 2015

Rob van Essen   en Neeltje Rauwerda

‘Reisebericht’ uit Berlijn (5 jan. Afl. 1)

Rob van Essen neemt namens de Maranathakerk deel aan een uitwisselingsproject met OBAK, de Otto Bartning Arbeitsgemeinschaft Kirchenbau, die het werk van de beroemde Duitse architect en cultuurhistoricus Otto Bartning bestudeert. Bartning was de geestelijke vader van een serie ‘noodkerken’ na de Tweede Wereldoorlog, waarvan de Maranathakerk een prototype is. Het uitwisselingsproject wordt mogelijk gemaakt door het Grundtvigfonds van de Europese Unie. Grundtvig was een Deens theoloog en filosoof, en grondlegger van de Volkshogescholen. Het Grundtvigfonds financiert projecten voor ‘levenslang leren’.

Vier jaar vóór de val van de Muur die West- en Oost-Berlijn al 24 jaar gescheiden hield, besloot het DDR-regiem dat de monumentale Versöhnungskirche (‘Verzoeningskerk’) alsnog tegen de vlakte moest. Net als in Den Haag kerken tijdens de Duitse bezetting moesten wijken om het leger een groter schootsveld te geven. De Maranathakerk werd op zo’n kaalgeslagen terrein gebouwd in 1949, zoals ook de nieuwe Kapelle der Versöhnung die in 1999 gebouwd werd op de fundamenten van de gesloopte kerk. Berlijnse muur

Een van de weinige stukjes overgebleven Muur, nu een trekpleister voor toeristen.                           foto: Rob van Essen

Onze allereerste ochtend in Berlijn tornen mijn partner Neeltje en ik tegen een ijzige wind op en nemen plaats in de cirkelvormige kapel. Ik heb heel wat kerkdiensten bijgewoond in mijn leven, maar heb het nog nooit zo koud gehad! Vier graden is het zegt de dominee, en voegt er troostend aan toe dat het twee keer zo warm is als vorige week. Had ik ds. Thomas Jeutner na afloop niet de groeten willen overbrengen uit Den Haag, dan waren we waarschijnlijk voortijdig vertrokken. Goddank (!) was het wisselen van de vredegroet en het delen van brood en wijn hartverwarmend. En in een nabijgelegen restaurant, tijdens de Kirchenkaffee, kwam het lijf weer op temperatuur. Een dapper stel, daar in de kapel. Een bejaarde dame vertelde dat zij gedoopt was in die kerk en afbraak en nieuw begin heeft meegemaakt. En symbolischer kon het haast niet vandaag: een kapel als teken van verzoening op een plek waar de kou van de geschiedenis je bekruipt. In het naastgelegen Herinneringscentrum foto’s van burgers die van het ene moment op het andere hun familie kwijtraakten. Verhalen van vluchtelingen die het haalden of in het schootsveld bleven liggen.

Als we opstaan om het slotlied te zingen, blijkt dat het gedicht van Bonhoeffer te zijn: ‘Door goede machten trouw en stil omgeven’ (Gez. 511). Hij schreef het enkele kilometers verderop in de Berlijnse gevangenis van de Gestapo, eind 1944. Over goede machten zingen in de kou, beter kun je het ‘en toch’ van het geloof niet beleven.

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Babel en Berlijn(6 jan. Afl. 2)

De ‘Isthar’-poort uit Babel in het Pergamon-museum in Berlijn.Ishtar poort

Foto: Rob van Essen    

Vandaag naar het Museuminsel, waar vijf uit hun krachten gegroeide cultuurtempels een gestage stroom bezoekers verwerken. In de DDR-tijd lagen ze in het communistische deel en verleenden ze de grauwe stad nog enige grandeur. Inmiddels wordt er gerestaureerd bij het leven en – zoals zoveel plekken in Berlijn – kost het moeite je bestemming te bereiken.

Terwijl de regen ons als een kille deken omgeeft, sjokken we om het grote, in 1930 gebouwde Pergamon-museum heen. Maar welke blokkades ze ook opwerpen, mij houden ze niet tegen. In dit museum staat de Isthar-poort uit Babel, in glanzend blauwe tegels. Ik deins even terug als ik de zaal in kijk, een ervaring die ik met anderen deel. Prachtig is het, maar je hebt tegelijk het gevoel dat je een stomp in je maag krijgt.

Macht, grandeur. ‘Groot is mooi en veel is lekker’, om met de heer Olie B. Bommel te spreken. Babel: ballingen hingen er hun harpen aan wilgen volgens de psalmist (Psalm 137). Ze waren uit hun land gesleurd en vernederd. In zulke harten gedijen geen lofliederen. Elders in het museum een maquette van de tempeltoren (ziggoerat) voor de god Marduk. Nóg hoger dan de muren van de processieweg die ook in het museum staat. Poort naar de goden, bewijs van hun gunst. Maar zo’n schlemiel van een balling heeft gedacht: ‘Waarom zou groot goed en veel lekker zijn?’. Zo kwam hij tot het verhaal over die toren waar mensen aan zwoegden, hoger en hoger, en elkaar onderwijl kwijt raakten. Zo werden ze van bezitters ineens zoekers. Gelukkig ongeluk. Het verhaal troostte de ballingen die stad en tempel kwijt waren. Was aartsvader Abraham ook niet een zwerver en zoeker op aarde geweest? Een Stem, een belofte, geen stomp in je maag.

Na het museum bezoeken we de nabijgelegen Berlijnse Dom. Het is net een theater, huwelijk van kerk en macht. De keizer lag er opgebaard, Nazileider Göring trouwde er en in de crypte liggen de machtigen te vergaan. Het is er stil, geen Stem gehoord.

In de crypte van de Berlijnse Dom ‘liggen de machtigen te vergaan’. Foto: Rob van Essen

Crypte Berlijnse Dom

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Levenskunst (7 jan. Afl. 3)

Rob van Essen schrijft de komende drie weken dagelijks een korte impressie over zijn verblijf in Berlijn. Vandaag: kunst, techniek, heiligheid en oorlog.

                                Maak kunst geen oorlog

 

 

 

 

 

 

Foto: Rob van Essen 

Bij halte Hallesches Tor klimmen we naar boven. Op een gevel lees ik: Maak kunst – geen oorlog’.

Graag hadden we vandaag een fiets gehuurd om door de vele parken van Berlijn te fietsen. Twintig procent van deze stad, met bijna 3,5 miljoen inwoners, is natuur! Een snijdende wind en waterige mist jagen ons de U-Bahn (de Berlijnse metro) weer in. Geen poortjes, geen in- of uitchecken, want het openbaar vervoer draait hier op eerlijkheid. Soms is er controle, maar naar ons abonnement is nog niet gevraagd. Bij halte Hallesches Tor klimmen we naar boven. Op een gevel lees ik: ‘Maak kunst – geen oorlog’.

Gisteren zag ik nog een filmbeeld uit 1914 met soldaten die enthousiast toegejuicht naar het front gaan. Waren de generaals maar kunstenaars geworden. O ja, omdat het ‘museumweer’ is, gaan we ditmaal naar het Jüdisches Museum in een voormalige rechtbank. De architect Daniel Liebeskind, wiens Joodse ouders de holocaust overleefden, heeft het gebouw met een aanbouw verrijkt. Zó bijzonder en gedurfd, dat hij er in een slag wereldfaam mee verwierf. Binnen zijn video’s, foto’s, documenten, gebruiksvoorwerpen die de Shoah als het ware tot onder je huid brengen. En dan de lege ruimtes en torens in het gebouw: ze symboliseren welke leegte het uitroeien van de Joodse medeburgers achterliet. Van de ongeveer 2300 synagogen die Duitsland had, waren er weinig niet vernietigd. Een zware deur geeft toegang tot de ‘Holocaust-toren’. Ijzig koud is het er. Het enige licht valt door een kleine opening op twintig meter hoogte. Een ruimte als een graf. In een andere toren liggen honderden ijzeren gezichten op de grond. Een massagraf? Of symbool voor mensen als monsters zonder waarde?

Liebeskind maakt kunst tégen de oorlog. En in een zaal schrijft een mechanische hand op een grote rol de Hebreeuwse letters van de Thora. Jonge computertechneuten hebben het bedacht. Want al mag alleen een echte, handgeschreven rol in de synagoge gebruikt worden; zij demonstreren hiermee dat deze woorden zich niet in een heilig ritueel laten opsluiten. In 1940-1945 stond de techniek in dienst van de dood. Anno nu is het de kunst met de techniek voor het leven te kiezen.

Een metalen bordje in het ‘Jüdisches Museum’ herinnert aan de Shoah. Juden nicht bedient

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Door de Brandenburger Tor (8 jan. Afl. 4)

Vier volle dagen in Berlijn en veel vrolijks viel niet te melden. Lag het maar aan het weer, maar het is niet alleen de regen. Het komt ook omdat het verleden hier op geen enkele wijze wordt weggemoffeld of vergoelijkt.

foto: Rob van Essenfoto bij Willy Brandthuis

Fotobord bij het Willy-Brandt-Haus. Bondskanselier Willy Brandt legt een krans bij het monument voor het getto van Warschau en gaat op de knieën (1970).

Vandaag stonden we bij de Brandenburger Tor, waar bij de val van de Muur één feestende massa was. Op het plein voor de poort, met zes manshoge foto’s, de voorbereiding voor de inval in Polen, het pact tussen Hitler en Stalin en soldaten die onschuldige burgers executeren. ‘Zou er wel een land zijn waar men de eigen wandaden zo publiekelijk erkent?’ vroeg mijn partner Neeltje zich af.

Even voor de Brandenburger Tor passeerden we het Willy-Brandt-Haus, met een prachtige glazen gevel. Zo doorzichtig en glanzend als je van een democraat mag verwachten. Brandt (1913-1992) was burgemeester toen de Muur werd gebouwd, maar bleef zich inzetten voor vreedzame verhoudingen met de DDR. Maar hij stond ook naast president Kennedy toen deze riep: ‘Ich bin ein Berliner’. Ik werd er vrolijk van, daar bij die poort die Oost en West scheidde, en dacht aan de woorden van Brandt: ‘Er komt een dag dat Duitsers elkaar weer door de poort zullen ontmoeten’.   En dan is er die ontroerende foto, gemaakt in 1970 bij het monument voor het getto van Warschau, waar hij een krans legt en dan op de knieën gaat. De bondskanselier, vanaf zijn 17e in het verzet tegen de Nazipartij, die schuld belijdt voor zijn volk. Wat is het belangrijk mensen te gedenken die de weg van verzoening en gezond verstand belichamen.

Mijn vrolijke ontroering had er ook mee te maken dat ik aan mijn oud-wijkpredikant en mentor, ds. Arie Spijkerboer, moest denken. Toen er in de Nederlandse kerken vrolijk op los werd gepolariseerd, sprak hij met groot respect over Willy Brandt. Voor hem de belichaming van een sociaaldemocratie die onvruchtbare tegenstellingen niet op de spits drijft.

Vlakbij de poort wandelen we stilletjes door het Holocaust-monument en nemen vermoeid de tram terug. Een meisje staat direct voor Neeltje op. De wereld valt mee.

Foto: Rob van Essen De Brandenburger Tor. Brandenburger Tor

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: een charmante schatkamer (9 jan. Afl. 5)

Tegenover Schloss Charlottenburg staat een onopvallend gebouw, dat vroeger een casino was voor legerofficieren. Vandaag wilden we eens niet langs de tien ’must see’ plekken, maar vonden dit bescheiden pand. Waren we wel goed?

picasso-lezende vrouw

 

 

 

 

Foto van Picasso’s werk ‘Een lezende vrouw’, een afbeelding van zijn echtgenote Francoise Gilot.

Foto: Rob van Essen

Ja, er staat ‘Museum Berggruen’ op de deur. Een lichte entree en onder de centrale koepel een langgerekte creatie van Giacometti. Zo’n kunstenaar wiens ‘handtekening’ je overal herkent. Bijzonder aan dit museum is dat het de particuliere verzameling herbergt die de Joodse Heinz Berggruen (1914-2007) in vijftig jaar verzamelde.

Geboren in Berlijn, moest Berggruen in 1936 uitwijken naar de Verenigde Staten. In 1944 was hij als soldaat van het Amerikaanse leger even terug in Duitsland. Later werkte hij in Parijs en raakte onder andere bevriend met Paul Klee en Picasso. Hij verkocht hun werk, maar verwierf ook veel zelf. In 1996 zorgde hij ervoor dat zijn collectie in Berlijn een vaste plek kreeg. Zijn motief: dankbaarheid voor wat hij in zijn jeugd aan cultuur ontvangen had in zijn geboortestad. En zo wandelen wij langs de schilderijen van Picasso en Matisse, Klee en Georges Bracque. Een feest van herkenning, maar ook een prachtig inkijkje in de ontwikkeling van Picasso. Er hangt vroeg figuratief werk, tekeningen, blaadjes met oefenschetsjes. Fascinerend hoe Picasso in staat was via de ‘ver-beeld-ing’ een wereld van muziek, verwondering en verstilling op te roepen. Een vrouw met een tamboerijn, bewegelijker dan een film kan weergeven! Een piano als een legpuzzel, maar er zit muziek in. Zijn vrouw Francoise Gilot, lezend in een boek. Je staat er letterlijk bij stil om haar niet te storen. Wat een prachtig geschenk van Berggruen aan zijn stad! Ondanks de jaren van terreur, niet omzien in wrok, maar het goede dat je ontving delen met een nieuwe generatie. De kunst die twaalf jaar als ‘ontaard’ gold onder het Nazisme, krijgt hier nieuwe glans.

Of we nog eens terug komen, vraagt een suppoost die ons enthousiasme ziet. Tja, er is nog zoveel te zien. Maar mocht u naar Berlijn gaan, zet deze charmante schatkamer in uw lijstje van ‘must see’.

Foto vrouw met tamboerijnvan Picasso’s werk ‘Vrouw met een tamboerijn’.            Foto: Rob van Essen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Naïef (10 jan. Afl. 6)

‘Een ander uit laten spreken is moeilijker dan een Kalasjnikov leeg schieten.’ In Berlijn wordt Rob van Essen met gruwelijke terreur geconfronteerd.

 

Neue Wache

Bij de ‘Neue Wache’, waar alle gesneuvelden in te vele oorlogen herdacht worden, hangen de Duitse en Europese vlaggen halfstok.   Foto: Rob van Essen

Nog geen buitenactiviteiten zolang we hier zijn! Vandaag stormt het en de regen slaat je koud in het gezicht. Bij de ‘Neue Wache’, waar alle gesneuvelden in te vele oorlogen herdacht worden, hangen de Duitse en andere Europese vlaggen halfstok. Het is vanwege de terreur in hartje Parijs. Wij gaan snel het ‘Deutsches Historisches Museum’ binnen, waar in de reusachtige hal een groot Leninbeeld staat, door Wehrmachtsoldaten als oorlogsbuit uit Rusland mee gejat. Lenin, de man van de ‘rode terreur’ die duizenden slachtoffers maakte. Over de terreur van Hitlers troepen in Rusland is genoeg bekend.

Terreur is niet iets van vandaag, maar een immer weerkerend verschijnsel. In het museum is een tijdelijke expositie gewijd aan de RAF (Rote Armee Fraktion), de jongens en meisjes die met bomaanslagen en koelbloedige moorden (zo’n 34 slachtoffers) Duitsland in de greep hielden tussen 1967 en 1993. Begonnen vanuit het linkse studentenverzet tegen de Vietnamoorlog en het ‘Amerikaanse imperialisme’ radicaliseerden mensen als Andreas Baader en Ulrike Meinhof. Ze meenden dat het visioen van de nieuwe samenleving niet zonder geweld bereikt kon worden. Spraakmakend is de ontvoering – en moord – in 1977 van Hanns-Martin Schleyer, een Duits manager met een ‘bruin’ verleden. Ook in Nederland maakten ze slachtoffers, in Utrecht wordt dat jaar de politieman Arie Kranenburg doodgeschoten.

Als generatiegenoot van deze protestgeneratie kan ik mij de boosheid over het wereldwijde onrecht nog goed herinneren. Maar zelf was ik een bewonderaar van Martin Luther King (in 1968 vermoord), die consequent geweldloos verzet predikte tegen onrechtvaardige verhoudingen. Wat mij opnieuw schokte op de tentoonstelling was de naïveteit te denken dat je met bommen en liquidaties een betere wereld kunt maken. ‘Een betere wereld’ – die bij de mensen van de RAF wel een marxistische moest zijn. Sommige leden vluchtten ook naar de DDR, waar ze gastvrij onthaald werden.

Terreur gedijt daar waar binnen jouw betere, ideale, paradijselijke wereld geen ruimte is voor tegenspraak en humor. Een ander uit laten spreken is moeilijker dan een Kalasjnikov leeg schieten.

Lenin

In een hal van het ‘Deutsches Historisches Museum’ staat een groot Leninbeeld, door Wehrmachtsoldaten als oorlogsbuit uit Rusland mee gejat.        Foto: Rob van Essen

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: De atheïstische schoenverkoper (11 jan. Afl. 7)

 

Vandaag komt Rob van Essen oog in oog met bedelaars en met een wel heel merkwaardige winkelier.

atheïstische schoenverkoper

Voor het eerst in zijn leven ziet Van Essen een winkel waar ze ‘atheïstische’ schoenen verkopen.  Foto: Rob van Essen

Wat niet een beetje goed vast zit, wappert of wordt over de weg geblazen. De kerstbomen langs de stoep laten zich treiterig voor de auto’s blazen. Auto’s die, zoals in elke grote stad, altijd haast hebben. Maar wie obstakels vermijden wil, moet het vanavond ook niet van het openbaar vervoer hebben. Na een etentje met de bestuursleden van OBAK, de club die het erfgoed van Otto Bartning koestert, rijden Strassenbaan en U-baan zeer onregelmatig. En als het zo koud is telt elke minuut dubbel!

Ik moet denken aan de vele daklozen die ik op deze ‘museum- en kerkloze’ dag zag. Vandaag ben ik onze buurt maar eens te voet gaan verkennen. Op een kinderspeelplaats heeft iemand onder een afdakje een eigen territoir afgebakend. Een kring van blikjes en bierflesjes, plastic tassen en een deken waaronder hij zit weggekropen. Op een straathoek, in een muur nis, ligt iemand die mijn buurvrouw zou kunnen zijn.  Hier ook plastic zakken en textiel, maar haar hoekje ademt toch een zekere waardigheid. Zo zeer, dat ik haar niets durf te geven. Duidelijk dakloos, maar een bedelaar? Bij een bankfiliaal staan de plastic zakken en flessen op de stoep tegen de gevel. De eigenaar, door storm en regen gedreven, ligt binnen languit op de grond te slapen voor de geldautomaten. Op weg naar het sjijkere winkelgedeelte passeer ik wat alternatieve nering. Voor het eerst in mijn leven zie ik een winkel waar ze ‘atheïstische’ schoenen verkopen. Dat het de winkelier ernst is, blijkt wel uit de spreuk op het raam: ‘voor mensen die op hun voeten leven, niet op hun knieën’. Een blok verder leven de mensen op hun voeten, want ondanks het weer zijn de peperdure winkels goed gevuld.

De kerstbomen langs de stoep laten zich treiterig voor de auto’s blazen.  Foto: Rob van Essen

Kerstbomen langs de stoep.jpg

Met de wind in de rug op weg naar ons appartement vraag ik me af waar vanavond het gesprek over zal gaan. Want atheïsten hebben een punt; niet altijd heeft de kerk geleerd dat mensen op hun voeten mogen staan. Maar ook atheïstische schoenen maken je niet barmhartig.

Toch kun je van een goede schoenverkoper wel afkijken waar het om gaat: die knielt als het nodig is om een klant te helpen.

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Opstandingskracht (12 jan. Afl. 8)

De ‘Openbaringskerk’ in voormalig Oost-Berlijn is één van de houten noodkerken waarvan Otto Bartning er zo’n veertig ontwierp. Omdat mij verteld was dat een protestantse kerk in Berlijn gemiddeld zo’n 45 kerkgangers telt, was ik wel verrast dat de kerk rond 11 uur redelijk gevuld was.

Offenbarungskirche.jpg

Interieur van de Offenbarungskirche.    Foto: Rob van Essen

Er bleken nogal wat ouders uit de buurt te zijn gekomen. De teamleidster van de Kindergarten nam afscheid na 16 jaar. In Duitsland functioneert zo’n ‘kleuterschool’ vaak onder verantwoordelijkheid van de kerk. Daar zaten we dan in zo’n kerk die, met hulp uit Zwitserland, een nieuwe start maakte tussen de puinhopen en de winter van het atheïsme overleefde.

Het duurde even, maar in 1998 kwam er ook weer een Kindergarten, want de kerk is er niet alleen voor haar eigen leden. Aan de opkomst vanmorgen was te merken dat het werk van Frau von Gierke niet onopgemerkt was gebleven. Ik zag veel jonge gezinnen en telde wel 25 kinderen, zoveel heb ik er in jaren niet tegelijk in de kerk gezien. Naast een prachtig gezang van Gerhardt (1607-1676) zongen we, pittig begeleid door de organiste, moderne teksten uit Sing Jubilate. De wijk waarin de kerk ligt ademt enerzijds nog een sfeer van verval en op andere plekken wordt gebouwd of hebben panden heel creatief een nieuwe bestemming gekregen.

We werden daarna met de auto, via de protserige Karl Marxallee, naar Alexanderplatz gebracht. Vandaar liepen we naar de middeleeuwse Nikolaikirche (Nicolaikerk/Nicolaaskerk). Kerk en omliggende wijk waren in 1945 gebombardeerd, maar in 1981 besloot de DDR de kerk in oude luister te herstellen. Paul Gerhardt was hier predikant en zijn nagedachtenis wordt er nu in ere gehouden. Kerkdiensten werden er al sinds 1930 niet meer gehouden, maar ook als museum blijkt deze kerk een plek waar je de opstandingskracht van het lied beseft. Bonhoeffer werd door Gerhardts liederen bemoedigd in zijn cel. In de wijk rond de Offenbarungskirche zingen ze na veertig jaar atheïstische indoctrinatie oude en weer nieuwe liederen. Paul Gerhardt zingt vrolijk mee in de hemel, want hij weet dat het geheim van leven en vrijheid in liederen wordt behoed.

   Kansel Paul Gerhardt

 Restant van de kansel van Paul Gerhardt in de Nicolaikirche.    Foto: Rob van Essen   

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Toekomst (13 jan. Afl. 9)

De beveiliging signaleert het piepkleine mesje in de rugzak van mijn vrouw. Rond de ‘Neue Synagoge’, met z’n karakteristieke gouden koepel, is heel de stoep afgezet en lopen bewakers.

Kindertekening Neue Synagoge

Kindertekeningen geïnspireerd door Chagall sieren de ‘Neue Synagoge’.   Foto: Rob van Essen

Gezellig naar de sjoel is toch anders. De barrières gepasseerd, zegt de dame aan de kassa nadrukkelijk: ‘Dit is een museum, geen synagoge’. Ik moet mijn verwachtingen even bijstellen. De synagoge (de oorlogsruïne) is in 1958 afgebroken. Uiteindelijk bereikten de SA-mannen die in de Kristal nacht het gebouw in brand wilden steken – maar door een dappere politiecommissaris tegen gehouden werden – zo toch hun doel. Waar eens 3000 gelovigen samen kwamen, is nu een kale vlakte (ook daar loopt een bewaker!) met een muur en pilaren rond de heilige plaats waar de Thorarollen en de preekstoel stonden. Onder de toren, die in de oorlog ook zwaar beschadigd werd, krijg je iets te zien van de vroegere grandeur. Op de vloer de namen van de straten die vroeger de Joodse wijk vormden. Bij onze rondgang komen we slechts één andere bezoeker tegen. Ik ervaar hier als het ware de leegte die de architect Daniel Libeskind in het Jüdisches Museum zo pregnant vorm heeft gegeven. Van teruggevonden restanten zijn delen van de ‘bima’ (waar Thora gelezen werd) en de preekstoel opgebouwd. De vroegere schoonheid gaat verborgen onder corrosie en brandsporen. Maar er zijn ook prachtige kleurenfoto’s van nieuw Joods leven. Een huwelijk dat op deze plaats gesloten wordt, kindertekeningen geïnspireerd door Chagall. En bij de uitgang ligt het informatieblad Zukunft van de ‘Zentralrad der Juden in Deutschland’. Daarin lees ik dat het Jüdisch Museum de prijs voor ‘Begrip en Tolerantie’ aan minister Wolfgang Schäubele heeft toegekend voor zijn betrokkenheid bij de dialoog met de moslimgemeenschap.

Wat goed dat een gemeenschap die weet van discriminatie en vervolging mensen weet te eren die zich inzetten muren af te breken. En mijn partner Neeltje heeft haar mesje terug. Zo eindigen we toch positief vandaag.

Neue Synagoge lege plek

Hier stond de ‘Neue Synagoge’, Op de achtergrond de muur en pilaren rond de heilige plaats.  foto: Rob van Essen 

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Vliegend varkentje (14 jan. Afl. 10)

We hadden er al aan getwijfeld of we het nog mee zouden maken, maar vandaag schijnt de zon over Berlijn! Haast feestelijk gestemd lopen we naar de Philharmonie voor een gratis lunchconcert.

Wurlitzer orgel

Het Wurlitzerorgel (1929) in het Musikinstrumenten Museum.  Foto: Rob van Essen

Het stoelenblok voor het podium wordt streng bewaakt door een suppoost, want daar mogen alleen Behinderten (minder validen) plaatsnemen. Alle anderen – en dat bleken er heel veel te worden – zoeken een plek op de trappen of op de grond. Een trio (viool, violoncello en piano) speelt Klaviertrio Nr. 1 B-Dur D 898 van Franz Schubert. Ze geven een prachtige, fijnzinnige vertolking en het publiek weet hen tot een toegift te verleiden. Helaas geeft de Berliner Philharmoniker deze maand geen concert, dus daarom koop ik maar een CD in de winkelhoek.

Naast het concertgebouw ligt het Musikinstrumenten Museum. Van buiten een nors gebouw en kennelijk kruipt die sfeer dan ook een beetje in het personeel. In het kleine restaurant vraag ik of we appelsap kunnen krijgen. ‘Ja morgen’, zegt de grapjas, ‘ik heb net afgesloten’. En dat een vol uur voordat het museum sluit. Maar op zo’n zonnige dag laten we ons humeur niet bederven. Op twee verdiepingen krijg je een prachtig overzicht van de ontwikkeling van muziekinstrumenten. De collectie is sinds 1890 bij elkaar gebracht en dankzij de audiotour kun je de meeste instrumenten ook beluisteren. Ik had nog nooit een ‘glasharmonika’ (1810) gezien of gehoord. Het is of ik zoetgevooisde orgelmuziek hoor.  En wat te denken van een pijporgeltje (1770) dat tegelijk een bureautje is met neerklapbaar schrijfblad. Het Wurlitzerorgel (1929) roept het nodige jeugdsentiment op. In het Amsterdamse Tuschinsky theater gaf Pierre Palla daar zijn legendarische orgelconcerten op. Niet alleen orgels, ook de snaarinstrumenten zijn er in rijke variatie te bewonderen. Van een Pochette (1750), zo’n 15 centimeter lang, tot de moderne contrabas.

Met lichte tred dalen we weer af naar de S-Bahn. Daar zwicht mijn echtgenote voor een ‘vliegend varkentje’. De zon is echt doorgebroken!

Pochette

Een Pochette (1750), zo’n 15 centimeter lang.  Foto: Rob van Essen

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Dietrich Bonhoeffer-geen heilige

(15 jan. Afl. 11)

Zeventien jaar was ik toen ik ‘Navolging’ van Dietrich Bonhoeffer las. Ik herlas het meerdere malen en later las ik ook zijn brieven uit de gevangenis. Vandaag, 50 jaar later, sta ik in de kamer waar hij heeft zitten schrijven.

Bonhoeffer huis.jpg

Huis van de ouders van Dietrich Bonhoeffer. Nu: ‘Bonhoeffer-Haus’.   Foto: Rob van Essen

Ik ben in het huis van zijn vader, waar Dietrich Bonhoeffer tot zijn arrestatie in 1943 heeft gewerkt en over het verzet schreef. Ja, lieve lezer, bij binnenkomst in de ontvangkamer foto’s van marcherende soldaten, een uitgebrande synagoge en predikanten van de ‘Bekennende Kirche’ waar Bonhoeffer nauw bij betrokken was. Toch geen moment van aarzeling om u weer met ‘de oorlog’ lastig te vallen. Want wie Bonhoeffer leert kennen in zijn geschriften, ontdekt hoe actueel hij is in een samenleving waarin de kerk verschrompelt en het onderlinge wantrouwen toeneemt.

Gottfried Brezger, onze gids in het Bonhoeffer-Haus, vertelt dat goede theologie voor Bonhoeffer betekende dat mensen niet buitengesloten worden. Geen naar binnen gekeerde kerk die zich angstig van de boze wereld afkeert! ‘Alleen wie voor de joden opkomt mag Gregoriaans zingen’, zei hij. En wie zich op Christus als het centrum oriënteert, die durft zich ook aan en over de rand van de ethiek te wagen. Zijn betrokkenheid bij een complot tegen Hitler kostte hem het leven. Hij bewonderde de geweldloosheid van Ghandi, maar geloven kan niet betekenen dat je in beton gegoten principes hebt.

Bonhoeffer wilde geen heilige zijn, maar wilde ‘leren geloven’. Hoe intens heeft hij dat gedaan! In zijn werk onder werkloze jongeren in Berlijn, in de opbloeiende oecumene vóór de oorlog, in het intensieve contact met jonge theologen op het seminarie van de Bekennende Kirche, in zijn liefde voor de muziek. Op de kamer staat zijn clavichord en onze gids speelt enkele strofen van ‘Door goede machten trouw en stil omgeven’ (Liedboek 511). Het lied waarmee ons Berlijnse avontuur begon. De Zweedse predikante Evelina Johansson leest enkele regels voor uit een brief van Bonhoeffers verloofde, Maria van Wedemeyer. Niet eerder heb ik zozeer de werkelijkheid beseft van wat we ‘eeuwig leven’ noemen. Wat in liefde wordt bewaard en doorgegeven gaat niet verloren.

brief van Bonhoeffer

De Zweedse ds. Evelina Johansson leest brief voor in werkkamer van Bonhoeffer.  Foto: Rob van Essen

 

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Overstroming (16 jan. Afl. 12)

Over de helft van ons verblijf in Berlijn vandaag. Vanmorgen werden we geconfronteerd met een verstopte douche-afvoer, zodat ik al zingend ‘Hoe kwam Mozes door de Rode Zee’ uit de badkamer kwam.

entree Bergstrasse  

Entree aan de Bergstrasse naar een voormalige bierbrouwerij, nu het logeeradres van Rob van Essen      Foto: Rob van Essen

.Contact opgenomen met de verhuurder, wat levensmiddelen ingeslagen voor het weekeinde en koffie gedronken op de hoek van de Rosenthaler Platz. Op die plek stond vroeger één van de zestien poorten die Berlijn telde. Nu rest alleen nog de Brandenburger Tor, sinds 1989 symbool van de Duitse hereniging. De Rosenthaler Tor was een van de weinige plaatsen waar, tot in de 19e eeuw (!), joden Berlijn mochten binnenkomen. Achter die poort bloeide een rijk joods leven op, waarvan de Neue Synagoge met z’n gouden koepel een sprekend teken was. Rond 1920 woonden er zo’n 170.000 joden in Berlijn. Ik kijk naar buiten en denk aan Moses Mendelssohn, die als 8-jarige toekomst zocht in deze stad. Eerst werd hij geweigerd – we schrijven 1743 – maar hij hield aan en werd een beroemd filosoof en vader van de joodse ‘Verlichting’ (zoals dat in Nederland bijvoorbeeld Spinoza was, die leefde tussen 1632-1677).   Wij zagen zijn portret in het Jüdisches Museum en in de Neue Synagoge. Zelf logeren we in de Bergstrasse, oorspronkelijk buiten de poort gelegen, waar ooit nieuwkomers in krottenwijken onderdak vonden. We lopen terug, in de hoop dat de loodgieter al langs geweest is. Zo ontdekken we een boekhandel die je gewoon niet kúnt passeren. Berlijn is wat dat betreft een heerlijke stad: boekhandels, antiquariaten en bibliotheken te over. We zagen zelfs een ‘Dietrich Bonhoeffer Bibliotheek’. Ik vind een boekje van Voltaire, vrijdenker en tijdgenoot van Mendelssohn. Wat het wachten op de loodgieter al niet kan opleveren aan inspirerends. Voltaire was geen christen maar vond het best dat zijn personeel geloofde: ze gingen er tenminste niet met zijn tafelzilver vandoor. Uiteindelijk geen loodgieter, maar een kamermeisje dat met een mes uit de keuken het probleem probeert op te lossen. Ik heet geen Mendelssohn, maar snap wel dat ik douchen morgenochtend kan vergeten.

Moses Mendelsohn.jpg

Moses Mendelssohn, joods verlichtingsdenker.

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Een rijke erfenis? (17 jan. Afl. 13)

‘Bauhaus’ stond er in kapitale letters op zo’n groot futuristisch gebouw langs de Kurfürstendamm. ‘Dat staat op ons lijstje’, riep echtgenote Neeltje enthousiast.

Metrostation bij Bauhaus

Metrostation bij het Bauhaus.  Foto: Rob van Essen

Als gast van OBAK willen we ons immers ook met architectuur bezighouden. Verwachtingsvol lopen we naar de entree. Door de glazen deuren zie ik tuinartikelen en ‘doe het zelf’-spullen. Wonderlijke collectie. Bij de info-balie wordt duidelijk gemaakt dat dit een bouwmarkt J is. Voor het Bauhaus-Archiv van Walter Gropius moeten we in een heel ander stadsdeel zijn!

Gropius vertegenwoordigde een vernieuwende stroming in de architectuur die van 1919 tot 1933 van zich deed spreken. Kunstenaars (Paul Klee, Theo van Doesburg,  Mies van der Rohe) en architecten werkten samen  aan een nieuwe beeldtaal in architectuur en industriële vormgeving. Van Doesburg richtte in 1917 het blad ‘De Stijl’ op, waaraan ook Mondriaan (Victory Boogy Woogy) verbonden was. Het Bauhaus-Archiv in Berlijn werd in 1979 gebouwd volgens een concept van Gropius. Het oogt, ondanks de respectabele leeftijd van deze Duitse kunst- en architectuurschool, ook heel futuristisch. Binnen zijn er filmpjes uit de ‘oertijd’, maquettes en objecten die strak en soms streng aandoen. Geen frutsels: het gaat om functionaliteit en boeiend kleurgebruik.

In het museum zie ik een ontwerp ‘Totaaltheater’ dat Gropius in 1927 ontworpen heeft. Een ovale ruimte, gedragen door zuilen met daaromheen een zuilengang. Het doet mij denken aan de Christian Science kerk, in 1936 gebouwd door Otto Bartning, die wij deze week bezochten. In de avonddienst zaten zo’n dertig mensen onder het prachtige plafond dat als een tentdak de zuilen overspant. Er worden enkele liederen gezongen en een oudere heer leest uit de Bijbel. Daarna een collage van uitspraken van Mary Baker Eddy, de stichtster van het kerkgenootschap. Het geheel komt ‘museaal’ op mij over: bevroren woorden die zonder interpretatie herhaald worden. En een zaal die meer gehoorzaal dan sacrale ruimte is. ‘Afstandelijk’ blijft het, een gevoel dat ik ook in het ‘Bauhaus-Archiv’ had. Er staat een rijke erfenis, maar hoe krijg je de kinderen enthousiast voor de stoeltjes van oma? Het is een vraag aan museumdirecteuren en aan kerken.   

Bauhaus

    Het Bauhaus-Archiv in Berlijn.    Foto: Rob van Essen 

 

 

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Domweg gelukkig (18 jan. Afl. 14)

Onze dochter kwam een weekend bij ons door brengen. Wij hadden iets gezelligs in gedachten, maar zij had zich niet gerealiseerd dat het voormalige concentratiekamp Oraniënburg-Sachsenhausen zo dichtbij lag. En dus: ‘Kunnen we daar niet heen?’

TV toren.jpg

Tv-toren op de Alexanderplatz.   Foto: Rob van Essen

In Oraniënburg was al heel vroeg een strafkamp ingericht door de nazi’s, zodra Hitler aan de macht kwam. In 1936 werd aan de bouw begonnen, tijdens de Olympische Spelen in Berlijn. Politieke gevangenen gingen erheen en zo’n dwarsligger als dominee Martin Niemöller, zeven jaar de persoonlijke gevangene van de Führer, eerst in Sachsenhausen, later in Dachau. Na de politieke gevangenen kwamen de homoseksuelen, Jehova’s Getuigen en de joden. Russische krijgsgevangenen werden er massaal geëxecuteerd. Sachsenhausen werd het ‘modelkamp’ waar de Schutzstaffel – de SS, Hitlers keurtroepen – de administratie vestigde voor alle concentratiekampen in Europa. Alles werd er nauwkeurig georkestreerd en iedere dode geadministreerd. Het werd het centrum van de industriële vernietiging van allen die het Nationaal Socialisme als minderwaardig of staatsgevaarlijk beschouwde.

Twee uur hadden we uitgetrokken voor het bezoek; het werd het dubbele. En nog hadden we alles niet gezien. Nee, we wilden niet meer zien. Het absolute kwaad heeft ook een dodelijke eentonigheid. En koud dat het weer was vandaag! Een gure wind en vier graden, waardoor het in de barakken ook rillen was. En dan te lezen dat de ‘steenhakkersploeg’ met dertig onder nul buiten moest werken. Velen crepeerden van de kou en uitputting bij dat werk.

Wat doe je als je de poort met ‘Arbeit macht frei’ achter je laat? Dankzij de sneltram stonden we binnen een uur op de Alexanderplatz bij de tv-toren komen. Op 203 meter hoogte keken we uit over de ongedeelde stad en zochten naar plekken die we deze weken bezochten. Je dochter op bezoek, meisjes in de metro die samen pret hebben, kibbelen over U-bahn of S-bahn: aan de slachtoffers van Sachsenhausen zijn we verplicht de vrijheid te koesteren en door te geven. Dat dacht ik, domweg gelukkig op de Fernsehturm.

Toegangspoort tot het voormalige concentratiekamp Oraniënburg-Sachsenhausen.                       Foto: Rob van Essen

arbeit macht frei

 

 

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Een kleurige kathedraal (19 jan. Afl. 15)

Dichtbij station Jungfernheide ligt de Gustav-Adolf-Kirche, een monument van moderne kerkbouw in Duitsland. Immo Wittig van OBAK staat ons op te wachten, maar zijn uitleg moet nog even wachten: het vijf minuten durend klokgelui is oorverdovend.

Gustav Adolfkerk.jpg

Interieur van de Gustav-Adolf-kerk. De architectuur is een ontwerp van Otto Bartning.                Foto: Rob van Essen

De in 1934 gebouwde kerk oogt niet direct bijzonder, totdat je voor de toren staat. Op de vierkante kop, 47 meter hoog, wijst een kruis naar de hemel. Qua hoogte sluit de kerk aan de achterzijde bij de bebouwing aan – in de wereld – om dan met de hoge toren het plein ervoor te domineren. Getuigend in die wereld staan, dat wilde architect Otto Bartning. Waarbij de ingang niet onder de toren is, zoals traditioneel, maar aan de achterzijde (waar de mensen wonen). Altaar en preekstoel, ook weer typerend voor Bartning, staan onder de toren. Onder de plaats waar het gebouw naar de hemel tast. De kerkganger wordt verrast door het kleurgebruik in het vele glas in toren en zijramen. Hieraan is toch te merken dat Bartning – die in 1919 een boek over kerkbouw schreef – tijdgenoot en collega van Walter Gropius was. Gropius richtte in datzelfde jaar Bauhaus op. De zijramen zijn van verschuivende tinten oranje-geel en de grote, verticale ramen van de toren in vele nuances blauw. Bij mijn eerste aanblik van het interieur had ik even het gevoel een protestantse ‘kathedraal’ binnen te komen (mede door de hoogte), maar dan wel een die je het gevoel geeft dat je er welkom bent. Tegenover de eenvoudige lezenaar (geen kansel), een reusachtig balkon, waarop ook het uit 1972 daterend orgel staat. De kerk is tijdens de oorlog zwaar beschadigd, maar onder leiding van Bartning grotendeels in de originele staat terug gebracht.

Toren Gustaf Adolfkerk

De toren van de Gustav-Adolf-kerk overziet een plein.   Foto: Rob van Essen

Tijdens de Kirchenkaffee mit Kuchen (kerk-koffie met gebak) vertelt Christa Thorau (1927) dat zij hier in 1942 als lid is bevestigd. Zij is een wandelende encyclopedie en deelt haar kennis graag met ons. Helaas, net als bij ons, wordt het gebouw wel een grote en kostbare jas voor de gemeente. ‘s Middags kerkt er nu ook een Ghanese Presbyteriaanse gemeente. Zo’n kleurige jas past wel heel mooi bij hen.

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Maandag gesloten (19 jan. Afl. 16)

Twee weken elke dag op pad in Berlijn betekent dat we het uitstekende openbaar vervoersysteem aardig doorgronden. Maar we realiseren ons ook dat we in de dagen die voor ons liggen moeten gaan schrappen in wat we ons nog hadden voorgenomen.

Rijksdaggebouw

Gebouw van het Duitse parlement, de Rijksdag.       Foto: Rob van Essen

Op maandag zijn veel musea en kerken gesloten. Dan tóch maar naar het Rijksdaggebouw, na de eenwording van Duitsland, weer huis van het parlement. De Nederlander Marinus van der Lubbe werd in 1934 ter dood gebracht op beschuldiging dat hij het Rijksdaggebouw in brand zou hebben gestoken.

In het historisch overzicht in de glazen koepel, waar je je in een ruimteschip waant, wordt zijn naam niet genoemd. Het bezoek was trouwens gratis, want het huis van de democratie hoort toegankelijk en transparant te zijn. In het restaurant naast de koepel ontdooien we even. Dan wandelen we, via de Brandenburger Poort, naar het mooiste plein van Berlijn, de Gendarmenmarkt. Tussen de Franse en de Duitse Dom, allebei met een karakteristieke koepel, staat het Konzerthaus van Berlijn, dat voltooid werd in 1821. Oorspronkelijk een schepping van de architect Karl Schinkels, een belangrijk vertegenwoordiger van het classicisme. Evenals de kerken siert dit gebouw een voorgevel als van een Grieks-Romeinse tempel. Tijdens de oorlog zo goed als volledig verwoest, maar tijdens het DDR-bewind in nieuwe luister herbouwd. We treffen het: er is een wekelijkse gratis rondleiding en in 75 minuten sleurt een enthousiaste gids ons clubje van zes door alle muziekzalen. Aan de hand van beelden en schilderijen wordt onze kennis van de Griekse mythologie opgefrist. En we krijgen te horen dat er voor één van de concerten (er zijn er vier tegelijk!) nog kaarten zijn. Dat hoef je echtgenote Neeltje maar één keer te zeggen. Jonge musici, verbonden aan de Hochschule für Musik, spelen met grote inzet klassiek en zeer modern werk. Ze worden beloond met vier ‘open doekjes’ en een tulp.

Twee kerken gesloten vandaag, maar ook buiten de kerk valt soms veel te genieten.

Foto: Rob van Essen   Interieur Konzerthaus, Berlijn

Konzerhaus

 

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: De vriendelijkste mensen (20 jan. Afl. 17)

Sneeuw en ijs vanmorgen: de goden zetten alles op alles om ons van de straat te houden. Maar wij kozen de confrontatie.

Molen bij Sans Soucci

Molen bij Sansoucci.  Foto: Rob van Essen

In Potsdam bezochten we Sanssouci, het door Frederik de Grote (regeerde 1740-1786) gebouwde paleisje, waar hij zich terugtrok om te filosoferen en te musiceren. In elk vertrek was wel een Griekse godheid die je moest bepalen bij de liefde, de wijn of de vrede.

Zelfs de oorlogsgod Ares ontspant zich even en laat zijn been kietelen door Amor. Dankzij de vrede wordt er in Potsdam ook weer overal gerestaureerd en gebouwd. Op de plek waar eens de ‘Garnizoenskerk’ stond, door bommen beschadigd en het DDR-bewind deed de rest, is de eerste steen gelegd voor een nieuwe kerk. Een enthousiaste dame – ze noemt het DDR-bewind cultureel en intellectueel vijandig – vertelt dat de gracht in Potsdam naar Amsterdams voorbeeld is aangelegd. Als wij gaan kijken, staat hij zo goed als leeg. Een rondvaart zit er niet in.

‘s Avonds ben ik in de oude dorpskerk van Berlijn-Pankow. Daar is een avondgebed volgens de orthodoxe kloosterliturgie. Met twaalf mensen staan we rond het altaar en zingen, zonder begeleiding, de gebeds- en psalmteksten. Men komt wekelijks bij elkaar. Na afloop een bruine kroeg in. Bier, brood en kaas op tafel. Ik raak in gesprek met Helga Ottow. De overgrootvader van haar overleden man werkte halverwege de achttiende eeuw als zendeling onder de koppensnellers van Nieuw-Guinea. Nu is daar een bloeiende protestantse kerk met duizenden leden. Toen ze er zo’n tien jaar geleden samen waren, werden ze door de gemeente op het vliegveld als stamgenoten ontvangen! ‘Vroeger koppensnellers, nu de vriendelijkste mensen die je je kunt indenken’, zei ze. Daar ging het gesprek in de kroeg ook over, dat het genade mag heten dat wij geen ‘koppensnellers’ zijn geworden.

Immers zijn de afgoden niet alleen van gisteren of van Nieuw-Guinea. ‘Bidden, wachten en het goede doen’, zei Bonhoeffer. Met zijn twaalven in de kring. Gewoon doorgaan.

Oorlogsgod Ares

Oorlogsgod Ares in ruste (met Amor).    Foto: Rob van Essen

 

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Vluchtelingen welkom (21 jan. Afl. 18)

Iedere keer als ik weer naar het Verenigd Koninkrijk afreisde, kreeg ik meewarige opmerkingen. Of we nu naar Devon of Schotland gingen, er was altijd wel iemand die zei: ‘Daar regent het toch altijd?’ Zeker, in Engeland regent het soms. Wil nu de zon wel eens in Berlijn zien schijnen!

Blije socialisten

Blije socialisten: deel van wandschildering uit de DDR-tijd, te zien in de Deutsche Dom.                Foto: Rob van Essen

Toch weer een museum, ditmaal de Deutsche Dom (‘Dom’ staat hier voor koepel) aan de Gendarmenmarkt. De kerk is inwendig een schitterende combinatie van nieuw en oud en informeert over de geschiedenis van de Duitse Bondsdag sinds 1848. In dat jaar breken in heel Europa opstanden uit, naweeën van de Franse revolutie in 1789. De machthebbers proberen de onlusten met geweld te onderdrukken. Zo’n miljoen (!) Duitsers verlaten het land, velen naar Amerika, Zwitserland, Nederland en Engeland. Onder hen is ook Karl Marx, die zich in Londen vestigde. In ons land is koning Willem II zo bang voor zijn positie, dat Thorbecke de ruimte krijgt een nieuwe grondwet te schrijven waarin de macht van de koning aan het parlement wordt onderworpen. Terug naar Berlijn: centraal in het gebouw een kleine versie van de vergaderzaal van de Bondsdag. Iedere donderdag (als de Bondsdag vergadert) kunnen bezoekers aan een rollenspel meedoen. De expositie toont, met documenten, foto’s en film hoe de democratie met vallen en opstaan gestalte kreeg. Ook de zwarte periode, waarin de nazi’s de democratie de nek omdraaiden. Eén zaal vraagt aandacht voor Duitslands betrokkenheid bij de Europese Gemeenschap. Aan hetzelfde plein de Französische Dom, gebouwd tussen 1701-1705 voor Franse Hugenoten: protestantse vluchtelingen die in Berlijn gastvrij ontvangen werden. Iedere zondag zijn er nog steeds diensten in het Frans. Een klein museum binnen de kerk toont hun bewogen geschiedenis die terug gaat tot op Calvijn. Het viel ons op dat veel van de geschriften en gebedenboeken in de vitrines gedrukt waren in Nederland.

Er zijn gewoon plekken nodig op deze wereld waar vluchtelingen welkom zijn en vrijheid van meningsuiting gerespecteerd wordt. Op een regenachtige dag aan de Gendarmenmarkt wordt je dat nieuw ingescherpt.

Kleine bondsdag

Op klein formaat nagebouwde Bondsdagzaal voor een rollenspel. Foto: Rob van Essen

 

 

 

 

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Een sacrale ruimte? (23 jan. Afl. 19)

We sloten de dag af met een afscheidsetentje bij Mommsen-Eck aan de Potsdamer Platz. Met Immo en Kurt, bestuursleden van OBAK, hadden we zojuist een lezing bijgewoond over de stelling: ‘Voor we een kerk gaan sluiten, moeten we haar openen!’

Kapel Martin Luther Gedachtniskirche

Kapel in de Martin-Luther Gedächtniskirche waar maandelijks een ‘Coventry’-gebed voor verzoening wordt gehouden.    Foto: Rob van Essen

Een prikkelend betoog met enige nuttige suggesties voor de Nederlandse situatie. Kerksluiting en nieuwe bestemming voor gebouwen is een vraag die zich ook hier steeds meer aandient. Zo bezochten we vandaag de Martin-Luther Gedächtniskirche, door een architect gebouwd die het gedachtegoed van de ‘Deutsche Christen’ aanhing.

De uit 1935 daterende kerk was niet alleen met nationale symbolen (ijzeren kruis met eikenloof) getooid, maar in het liturgisch centrum waren ook hakenkruizen en soldaten met ‘Stahlhelm’ afgebeeld naast christelijke symbolen. En de Christus aan het kruis lijdt niet, maar staart manhaftig en zegevierend voor zich uit. Aanvankelijk werd besloten de kerk te sluiten (nazikerk in de volksmond), maar inmiddels heeft de gemeente besloten haar tot een gedenkplek en monument te maken. In een zijkapel staat het ‘spijkerkruis’ uit Coventry, waar maandelijks een gebedsdienst voor verzoening wordt gehouden. Vlakbij deze kerk de rooms-katholieke Maria-Vredeskerk uit 1969, zeer modern en van lichtvoetige schoonheid. In een zijkapel een schilderij van Maria door Otto Dix tijdens de oorlog in gevangenschap gemaakt. Hier komen iedere eerste donderdag van de maand zo’n 250 mensen bidden voor verzoening en vrede in Europa.

Immo was kritisch over mijn opmerking dat ik de Christian Science-kerk ‘meer gehoorzaal dan sacrale ruimte’ vind. Hij kan daar niets mee, want de mensen maken een ruimte sacraal. Reisgenoot Neeltje vindt dat een ruimte sacraal is als deze de mens uitnodigt om zich te openen in plaats van af te sluiten.

Hindenburg

Beeld van Paul von Hindenburg (1847-1934) in de Martin-Luther Gedächtniskirche.                     Foto: Rob van Essen

Gelukkig kan de Eeuwige zich overal openbaren, in een cel, op de fiets of in een fabriekshal. Maar aan architecten, componisten en kunstenaars de blijvende opdracht om ons zo in de ruimte te zetten dat wij ons openen naar het licht. Daarop was meer kans bij Maria dit keer dan in de kerk waar de kop van voormalig rijkspresident Paul von Hindenburg prijkte.

 

‘Reisebericht’ uit Berlijn: Graankorrels van hoop (24 jan. Afl. 20)

Aan het slot van een indrukwekkende viering klonk weer Bonhoeffers ‘Door goede machten’ (Liedboek 511). Zo werd de cirkel gesloten van drie weken Berlijn waarover we voorlopig niet uitgedacht zijn.

Plotzensee

De poort tot Plötzensee waar Hitler zijn tegenstanders liet vermoorden.  Foto: Rob van Essen

We waren in de ‘Evangelische Gedenkkirche’ in Plötzensee voor een oecumenische viering. Want op 23 januari 1945 werd in de gevangenis in Plötzensee (nu een Gedenkstätte) Helmuth James von Moltke met negen anderen opgehangen. Zijn misdaad was dat hij erover dacht hoe er ná Hitler een democratisch Duitsland opgebouwd kon worden.

Hij was ervan overtuigd dat de nazistaat, ook zonder een aanslag op Hitler, ten onder zou gaan. De kerkzaal van de ‘Gedenkkirche’ mag wel de meest gedurfde en aangrijpende genoemd worden waar ik ooit gebeden heb. Je betreedt die door een betonnen cel en ook de kerkruimte is grotendeels een betonnen structuur. Op de benedenwanden zestien grote zwart-wit panelen van 3,5 meter hoog met afbeeldingen van martelingen en executies in Plötzensee, verbonden met geweld uit het heden en verwijzingen naar Bijbelse geweldsverhalen. Ze zijn een schokkende verbeelding van seks en geweld.

Ev. Gedachtniskirche

De Evangelische Gedenkkirche van binnen.   Foto: Rob van Essen

De ‘Plötzenseeer Totentanz’ heet het werk van de marxistische kunstenaar Alfred Hrdlicka, die geen enkele concessie wenst te doen aan de inktzwarte werkelijkheid. Wat een moed van een kerkelijke gemeente om de confrontatie met het verleden zo aan te gaan in het ‘veilige’ huis!  Het was in deze entourage dat de namen – en een korte levensschets – klonken van de vermoordden van 23 januari. Op de avondmaalstafel werden hun portretten neergezet. Een krachtig tegenbeeld tegen de ‘uitzichtloze’ kunst op de wanden, waren de vele graankorrels op deze tafel. Het offer van hun leven, hun geloof in de democratie, de liefde voor hun land: het was niet vergeefs. Aansluitend lazen twee acteurs fragmenten voor uit de brieven die James von Moltke en zijn vrouw Freya elkaar schreven.

Freya schrijft: ‘Jij en ik zijn één bloedsomloop.’ ‘Als ik jou niet had gehad, had ik de liefde niet gekend’, schrijft James. Woorden die stil maken en je het geloof in ‘goede machten’ teruggeven.

 

 

 

Balanceren tussen verleden en toekomst

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

(de duinen bij Duindorp)

In het Alleencafé in Laak ben ik gevraagd iets over ‘het lege huis’ te vertellen. Daarvoor haak ik aan bij woorden uit het lied Avond van Boudewijn de Groot: ‘De dingen in de kamer zouden levenloze dingen zijn zonder jou.’

Het is alweer bijna tien jaar geleden dat we in Scheveningen een concert van Boudewijn bijwoonden. Toen we verkering (dat bestond nog in 1966) hadden, draaiden we ‘Meisje van zestien’ op Betsie haar zolderkamer. Zo vergezelde Boudewijn ons van de eerste kus tot dat laatste concert in 2005. Samen fietsten we naar huis terug. Twee maanden later was ik mijn huis kwijt: het was een ruimte gevuld met levenloze dingen. Een jas aan de kapstok, schoenen in de badkamer, suizende stilte in haar werkkamer.

Na tien jaar moet je daar toch wel overheen zijn, denkt menigeen. Tja, alsof zo’n verlies om een soort boksprong vraagt. Pastor Marinus van den Berg vergelijkt rouw met een doolhof. Je denkt een heel eind opgeschoten te zijn en dan loop je ineens weer vast en moet je terug. ‘Maar jij hebt gelukkig je geloof’, zeiden mensen soms tegen mij in die eerste periode. Maar ik ‘had’ maandenlang geen geloof. Er was gelukkig veel geloof om mij heen. In de kerk verdronken de liederen in mijn tranen, maar de gemeente hield de lofzang – en mij – gaande.
Bij haar uitvaart vierden we de Maaltijd en de vertrouwde woorden van de liturgie, die mij al een leven vergezellen, hielden mij overeind. En bijna iedereen, gelovig en anders-gelovig, vaag religieus of Pinkster, de collega’s van Betsie uit het Hospice, de vriendinnen van de Quilt Bee, liep te midden van de zingende gemeente naar voren en deelde in het tranenbrood en dronk uit de beker van de vreugde.

Waar ik vroeger zei: ‘Wie gelooft of zich verbonden weet met Christus’, nodig ik sindsdien zonder voorbehoud. De maaltijd, een voorproefje van de tafel die de Heer zal aanrichten voor de volkeren. ‘Maakt u er maar een rotzootje van, dominee’, zei een uitvaartleider toen ik eens buiten het protocol ging. Een jongen, onderweg naar het geloof, vierde eens de maaltijd mee. ‘Als je blij van binnen wordt, is dat de heilige Geest?’ vroeg hij. En hoe weinig ik soms met ‘ervaring’ heb, kon ik niet anders dan ‘Jazeker!’ zeggen. ‘De Here kent de zijnen’, zei mijn oude wijkpredikant in de zestiger jaren. Ik vond dat toen ‘hervormd’ en niet erg evangelisch.

Een burn-out en een huwelijkscrisis verder begon mij te dagen wat uitverkiezing is. Van die momenten dat mijn telefoon ging en haar stem zei: ‘Kom je in de tuin zitten, de thee staat klaar.’ Of wanneer ik haar in de kerk zag zingen en onze blikken elkaar kruisten.
Terwijl ik dit schrijf zie ik het in mijn achteruitkijkspiegel. Inmiddels meen ik het lastigste deel van het doolhof gehad te hebben. Ik merk dat daaraan, dat ‘levenloze dingen’ van toen, mij nu ontroeren en mooie herinneringen oproepen.
En als ik zing, balanceer ik op de evenwichtslat tussen verleden en toekomst. Licht dat mij aanstoot!

Bethelkerk Loosduinen verdwijnt

Vroeger had je bouwpastoors en dominees die fondsen verzamelden voor nieuwbouw.
Ik behoor bij de generatie die zo langzamerhand hard moet lopen om niet door de sloper
ingehaald te worden. In Amsterdam kerkten Betsie en ik in 1967 in de Koepelkerk (Leidsebosje). Verdwenen, staat nu een hotelkolos. De Elthtetokerk, waar ik 16 jaar stond, werd afgebroken zodra ik mijn hielen gelicht had in 1992. Toen naar Utrecht, waar de Mattheuskerk ongeveer een jaar na mijn komst aan de Christ. Gereformeerden werd verkocht. Bleven over Vredeskerk en Pnielkerk. Vredeskerk ging dicht na mijn vertrek in 2001 en werd wijkcentrum. Pnielkerk vorig jaar verkocht aan Chinese gemeente. Prot. gemeente kerkt nu weer in Vredeskerk (nu de Wijkplaats). In 2012 ging de Laakkapel dicht en werd Islamitisch buurtcentrum. En het jaar daarop sloot de Bethelkerk. Echte buurtkerk met Theetuin/Koffie inloop, diakonaat, Info-markten, concerten. Ook de kerk waar we in een onvergetelijke dienst afscheid namen van Betsie en mijn kinderen haar naar buiten droegen. Nu is de kerk verkocht, gaat tegen de vlakte en er komt iets van een zorgcentrum. Het is waar, het zijn maar gebouwen – hout en steen – maar je wordt er toch een beetje treurig van.WP_20150217_001