Paulus achterna (1): Vreemdelingen herkennen elkaar

IMG_2166 Lydia

Toen we zo’n vijf jaar geleden in Turkije waren, kruisten we enkele malen het spoor van de apostel Paulus. Het maakte ons nieuwsgierig naar meer. Daarom begonnen we zondag  (27 mei 2018) aan een reis door Griekenland, waar we alle plaatsen aandoen waar de apostel ons op zijn tweede ‘zendingsreis’ voor ging. Paulus, wat je ook over hem denkt, – en ik zou mijn bibliotheek kunnen vullen met pittige discussies over deze doordouwer – zonder hem was het geloof in Jezus een joods binnenbrandje gebleven.
Neapolis
Ons reisgezelschap – we zijn met z’n veertigen – was vandaag in Kavala waar Paulus in 49 n.C. voet aan wal zette. Hij was van Turkije overgestoken naar Europa omdat hij droomde dat een Macedonische man riep: ‘Kom over en help ons’. Neapolis heette het stadje toen nog, waar de drager van het goede nieuws in Europa aan land ging. Kavala, begin twintigste eeuw een handelsstad van formaat, waar de in het achterland verbouwde tabak overal op de wereld aftrek vond. Inmiddels staat de streek goed aangeschreven voor de uitstekende wijnen die er geproduceerd worden. En van het marmer in de streek is China een grote afnemer. Zij hebben zelfs al enkele mijnen in bezit. Wellicht één van de manieren voor Griekenland om uit de grote crisis van enkele jaren geleden te klimmen. In het stadje is, redelijk recent, een groot gedenkteken opgericht waar de komst van de apostel wordt herdacht. Een deel van ons gezelschap liep door het rode voetgangerslicht om snel foto’s te kunnen maken. Ach ja, heeft Paulus ook niet geschreven dat we niet langer ‘onder de wet’ leven? Onderdeel van zijn verkondiging die hem, in de steden waar hij komen zou, nogal forse tegenspraak en levensgevaar opleverde.
Gewapende vrede
We volgden de autoweg naar Filippi – zo’n 16 km – die over en langs de oude via Egnatia gaat waar Paulus te voet ging. Deze eeuwenoude route tot ver in de Balkan, was bedoeld om Romeinse legioenen snel te kunnen verplaatsen. Samen met zijn helpers Silas, Timotheüs en Lucas had Paulus alleen de wapenen van vrede en gerechtigheid voor onderweg. De eerste stad waar ze arriveren is Filippi, in de vierde eeuw voor Christus gesticht. De oorspronkelijke bewoners aanbaden er de god Dionysos (Bachus bij de Romeinen), wiens berg tegenover het grote amfitheater ligt. De Romeinen vergrootten het openluchttheater en richtten het in voor gladiatorengevechten en spelen met wilde dieren. De god van de wijn en de extase moest wijken voor de verheerlijking van geweld en macht. Van de muur van Hadrianus in Engeland tot op de Balkan bewaren de Romeinse legioenen de Pax Romana – de met het zwaard afgedwongen vrede. Maar in Filippi wordt een bres geslagen in de ideologie van de gewapende vrede. Waar Rome rebellen ter afschrikking aan het kruis sloeg, wordt dit gruwelijke doodsinstrument drager van Gods weerloze overmacht!
Doortastende dame
Op sabbat, bij een wasplaats aan het riviertje Zygaktis, ontmoet de apostel Lydia. Een doortastende dame die tijdelijk in Filippi woont en het geloof van Israël omhelst heeft. Ze komt daar met andere vrouwen samen om te bidden, want Filippi heeft nog geen synagoge. Twintig eeuwen later staat ons gezelschap op de plaats waar ze zich laat dopen. Want… ‘de Heer heeft haar hart geopend’. Meer staat er niet, maar ons gezelschap weet ook niet veel meer als het over het eigen geloof gaat. Maar we realiseren ons: het begon met een vrouw die haar hart en huis opende voor vreemdelingen. Zoals zij ook, ondanks goede zaken, een vreemdeling was in Filippi. Een vrouw in een mannenwereld, een vreemdeling in Europa. Omdat zij zich liet dopen, zijn wij op reis gegaan. Paulus achterna, om meer te ontdekken van het verrassende spoor dat hij door Europa trok.
Tekst en foto’s: Rob van Essen
Op de foto boven: icoon van Lydia.

Kruisvormige doopplaats bij Zygaktis

Wasplaats bij riviertje Zygaktis Gedenkteken in Kavala voor komst Paulus

IMG_2162

WP_20180529_11_00_16_Rich

Paulus achterna (2): Het geheim onder de grond

Op een steenworp afstand van de doopplaats van Lydia is niet zo lang geleden een doopkapel gebouwd. De wanden en plafonds zijn voorzien van mozaïeken met dooptaferelen. In de hal op de vloer een mozaïek van Griekenland waarop Paulus’ reis is aangegeven. De ruimte is een vrolijke mix van Oosters Orthodoxe en Rooms katholieke elementen. De kapel mag gebruikt worden voor doopviering met of zonder eucharistie. Natuurlijk, als een ikoon van Lydia je bij de entree welkom heet, dan kan de doop hier niet anders dan kerkgrens overschrijdend beleefd worden.
Enthousiaste stalkster
Voorafgaand aan dit bezoek waren we rondgeleid door de opgravingen van Filippi, waar we de indrukwekkende restanten zagen van een basilica die in 314 gebouwd werd. Eén jaar nadat, met het ‘Edict van Milaan’ het christelijk geloof door de keizer in heel het rijk erkend werd. Paulus had dat niet kunnen bedenken toen hij in Filippi in de gevangenis zat. En dat alleen omdat hij een al te enthousiaste stalkster van zich afgeschud had. Het motto ‘als er maar over je gepraat wordt’ ging voor hem niet op. Maar wat voor de onvrijwillige verkondigster bevrijding betekende, beroofde haar eigenaars van hun investering. Stokslagen en opsluiting zijn het deel van Paulus en zijn gabbers. Wij konden even een blik werpen in een oud waterreservoir, dat volgens de overlevering de gevangenis was waar ze hun lot afwachtten. Geen plek waar je verwacht dat mensen spontaan de lof Gods gaan zingen. Maar ook hier bleek weer eens dat de psalmen geen ‘feel good-liederen’ zijn, maar geboren worden in ademnood. Zingen is twee keer bidden, zei een oude kerkvader. Van de gevangenis en Filippi is niet veel mee over. Maar de verhalen van levensverandering, van Lydia, van de gevangenbewaarder en zijn huisgenoten, verdwenen niet onder het puin. We horen dat zij kopje onder was gegaan om van levensangst en schuld bevrijd te worden. Onze gids las het verhaal toen iedereen klaar was met fotograferen. Maar als die foto’s ooit zoek geraakt zijn in de digitale woestijn, dan blijft het verhaal doorverteld worden: tussen de puinhopen, in de liturgie, bij de dagelijkse bijbellezing.
De vierde-eeuwse kerk van Filippi heeft een aardbeving en de teloorgang van de stad niet overleefd. Maar vandaag waren we in Tessaloniki en bezochten de kerk van de ‘heilige Demetrios’, een martelaar uit de derde eeuw. Grondplan en structuur van deze basilica zijn gelijk aan de ‘Demetrius’ basiliek van Filippi. Ook deze kerk is in de loop der eeuwen enkele malen tot niets terug gebracht. Maar het geheim van de kerk zagen we in de crypte eronder. Een labyrint van gangen, waar nog de structuur van een Romeins badhuis in herkend kan worden. Later gebruikt als gevangenis, waar Demetrius rond 306, tijdens de christenvervolgingen van keizer Diocletianus, als martelaar stierf. Ondanks vervolging, eeuwenlange bezetting door de Ottomanen, is de vlam van het geloof niet gedoofd in Tessaloniki. We zagen in het plaatselijke ‘Museum van Byzantijnse cultuur’ hoe de vroomheid in iconen, gracieus borduurwerk en doorluchte, handgeschreven evangelieboeken vrucht heeft gedragen. Zo mooi, dat onze bewondering enkele malen het alarmsysteem deed afgaan. Onze Griekse gids raakte er niet door van de wijs. Met zichtbaar genoegen deelde ze wat in genade is overgeleverd en zelfs in een museum mensen tot grensoverschrijding leidt.
Tekst en foto’s: Rob van Essen

 

Paulus achterna (3) Wachter op de muren

25. WP_20180529_15_04_23_Rich 1 Synagoe Arke

‘De oorlog, klein of groot, laat ons geen rust’, dichtte Max Dendermonde in 1947. Ik ben van dat jaar, maar ook ik voel mij nog steeds een oorlogskind. Zo jong als ik was vertelde moeder mij over haar broer die in het verzet zat en in kamp Vught vermoord werd. Hoorde ik van ooms die in Duitsland gewerkt hadden en vreselijke dingen hadden gezien. Mocht ik geen klapperpistool als kind, want dat was een oorlogswapen. Mijn moeder was ‘werkster’ bij een chique mevrouw in Zuid, die was getrouwd met een Auschwitz overlevende. En moeder vertelde over het alom-aanwezige antisemitisme voor de oorlog. Haar keurige, middle-class-ouders zeiden: ‘Je mag met iedereen trouwen, als het maar geen jood is’. Heel die erfenis kwam terug toen we in Barbouta, de voormalige Joodse wijk van Berea (nu Veria) liepen.

Paulus’ eerste brieven

Voor de oorlog woonden hier zo’n 700 Joden, waarvan er enkele tientallen terugkeerden na de oorlog. Onder de gedeporteerden waren ruim 150 kinderen die vermoord werden. De mensen die terugkeerden gingen aanvankelijk weer in hun oude wijk wonen, maar hielden het daar niet uit. Zo eenzaam voelden ze zich, geplaagd door het verdriet over het samen-leven dat verwoest was. Nu woont er geen Jood meer in Veria. Maar er is nog steeds een kleine synagoge, wellicht op de plek waar Paulus rond het jaar 50 n.C., volgens het boek ‘Handelingen’, een welwillend oor vond voor zijn boodschap. Men ging de Schriften na en sommigen besloten zich te laten dopen, ook Griekse mannen en vooraanstaande Griekse vrouwen. Het is aan deze nieuwe, kleine groep volgelingen dat Paulus één van z’n eerste brieven schrijft. In die brief blijkt dat de tijd van dialoog met de joodse gemeenschap wel voorbij is. Paulus laat zich over de joden uit in termen die later door antisemieten gretig omhelst zijn. Maar we moeten ons wel realiseren dat het hier om een intern joods conflict ging.

Ik geneerde mij
Ook de profeten van het Oude Testament spraken hun volksgenoten aan in niet mis te verstane oordeelsprediking. En toch…toen de beheerder van de sobere synagoge ons het verhaal van de joodse aanwezigheid (die dateert van kort voor Paulus’ komst) vertelde, geneerde ik mij over de felle taal van de apostel. De beheerder zorgt al veertig jaar voor deze synagoge, die in de oorlog door de nazi’s verwoest is. Het enige dat onbeschadigd over was gebleven is de nis waarin de heilige boekrollen bewaard worden. De rollen zelf hebben de ramp ook niet overleefd. ‘Deze synagoge is géén museum’, zei hij. Hier wordt de gedachtenis bewaard aan de 60000 weggevoerden, waarvan 97 procent niet terugkeerde. Via Yad Vashem, het Holocaust-herinneringscentrum in Israël, kreeg hij de naamlijsten van de in 1944 weggevoerde kinderen. Ook de nieuwe generatie moet weten wat er gebeurd is, zei hij.

De beheerder benaderde scholen in Veria en in 2014 schreven kinderen een brief aan een omgekomen leeftijdsgenootje. Een aantal hangt in de synagoge: oorkonden van het bijbelse geloof dat God in de ‘kleinen’ een begin maakt met een nieuwe wereld. Veel was er niet te zien in de synagoge van Veria. Brieven van kinderen, een schoolboek van een weggevoerd kind, een Lege Arke. Maar er was een mens, een wachter op de muren, die aan ons en wie maar horen wil, het verhaal vertelt dat niet vergeten mag worden. Een wachter op de muren: komen er al kinderen aan die dansen en zingen op de straten en pleinen? Ik weet zeker dat heel ons gezelschap het hem helpt hopen.


Tekst en foto’s: Rob van Essen

Op de foto boven: de Lege Arke in de synagoge in Veria.

 

Paulus achterna (4): Lichten in het duister

27. IMG_2270 Meteora kloosters

We arriveren ’s avonds in Kalambaka en na het diner maken we nog even een rondje langs de winkeltjes met goden, T-shirts en olijfzeep. Achter de straatjes rijzen hoge, strenge rotsen op. Rond het jaar 1000 vestigde zich daar een kluizenaar in een grot. Hij kreeg gezelschap van andere Godzoekers en op een gegeven moment waren er zo’n twintig kloosters. De uitstraling van de lampen, tegen het nachtelijk duister, gaf de associatie met hemellichamen. Vandaar de naam voor dit gebied: meteoron.

Religieuze kijkdoos
De kloosters, waar de Oosters Orthodoxe ritus gevolgd wordt, hebben een bewogen geschiedenis. Onder de vier eeuwen Turkse heerschappij zijn er vele gesloten. Onder de nazi-bezetting tijdens de oorlog werden kloosters in brand gestoken. Het kloosterleven was de verdwijning nabij. Maar in de laatste decennia zijn twee kloosters gerestaureerd en zijn er weer zes levende gemeenschappen. Wij bezochten het grote Meteora-klooster, waar je een aardige klim voor over moet hebben. Maar eenmaal binnen de muren is een prachtig museumgedeelte, waar zowel de geschiedenis van het religieuze leven als de historie van Griekenland tentoongesteld is. En we bezoeken de kloosterkerk, waar je zintuigen gebombardeerd worden door kleuren en vormen, iconen en kruisen. Het is een verwarrende ervaring voor sommigen uit ons gezelschap. Wie g
ewend is in een sobere dorpskerk te bidden, krijgt waarschijnlijk het gevoel in een religieus Disneyland verzeild te zijn geraakt. Wat ik zelf verwarrend vond was de continue stroom van toeristen, die uit talloze bussen kwam op het rotsplateau. Ze komen naar de plek waar monniken ooit God wilden vereren en zoeken, hoog en in stille afzondering. Maar nu is deze plek van verborgen geestelijk leven getransformeerd tot een religieuze kijkdoos. Helemaal gezwicht voor de commercie is men niet: vrouwen moeten in rok tot onder de knie en bedekte schouders en mannen niet in korte broek. En dat wordt serieus gecontroleerd! Maar vrouwen kunnen zo nodig ter plekke en rok lenen. ‘Wat heeft dit alles nog met Paulus te maken?’, vroeg iemand. ‘In ieder geval zouden deze kloosters er niet geweest zijn als Paulus de roepstem uit Europa genegeerd had’, zei ik.

Dogmaticus?
Erover doordenkend besefte ik dat protestanten Paulus voornamelijk zien als de ‘dogmaticus’ die geschreven heeft waar het in het geloof om moet gaan. Maar Paulus was ook een mysticus: hij had visioenen, schrijft dat hij werd opgetrokken tot in de zevende hemel, sprak in ‘tongen’ (vervoering) en verlangde ernaar met Christus verenigd te worden. Voor veel moderne christenen geloofsuitingen die hen minstens zo vreemd zijn als de overweldigende onderdompeling in de Grieks Orthodoxe liturgie. En al die toeristen uit Japan, Amerika (en Nederland!), kan dat eigenlijk wel? Paulus en zijn drie gabbers preekten niet in de Romeinse theaters. Staat de gastvrijheid van de monniken niet ver af van de indringende roep navolgers van Jezus te zijn? Maar dan schiet mij te binnen hoe tevreden er gemeld werd dat er wel 75000 mensen op de Pinksterconferentie van Opwekking waren. Zouden de liederen daar (waarin God zelden ver weg is) en de genezingsdienst van Martin Koornstra door de apostel herkend zijn als doorwerking van zijn verkondiging dat we met Christus moeten sterven en opstaan? Misschien moeten we gewoon accepteren dat de vele lichten in deze wereld een gebrekkige afglans zijn van het ware Licht. Sommige lichten doven en anderen winnen nieuwe glans.


Tekst en foto’s: Rob van Essen

Op de foto boven: Klooster in Meteora.

 

IMG_2325

Agia Stephanos klooster

Paulus achterna (5): Treurige godsdienst

IMG_2351 Antinoos 130 vC

Het orakel van Delphi lag in het hart van het Griekse rijk. Je kunt er nog steeds de ‘navel van de aarde’ (een sculptuur) zien. En overal vandaan kwamen armen en rijken, mannen en vrouwen, om bij de tempel van Apollo goddelijke raad te krijgen. Ze leefden in onzekere tijden, op reis gaan was een avontuur waarvan het einde niet vaststond, een oorlog beginnen kon in een nederlaag resulteren. Typerend voor Delphi was dat de ‘Pythia’ – een vrouw die voor het orakel gekozen was – onverstaanbare klanken uitsloeg. Niet zo lang geleden concludeerden archeologen dat dit waarschijnlijk bewerkt werd door vergiftigde dampen uit de aarde. Speciale priesters, ‘prophetai’, interpreteerden deze klanken en zetten ze om in een spreuk. Kenmerkend daarvoor was dat die altijd dubbelzinnig was: het was aan de hoorder om een keuze te maken. Uit het gevolg daarvan zou blijken of hij het orakel goed begrepen had. Deze cultus van Apollo bestreek het tijdvak van 800 voor tot 400 na Christus. Men nam geschenken mee voor de godheid. Hoe mooier, kostbaarder de gift, hoe duidelijker het antwoord.

Offer
In een kerk in Nafplion zagen we bij iconen van Maria talloze gouden votiefgeschenkjes hangen in de vorm van een lichaamsdeel. Zo wordt de vraag om genezing van een kwaal vergezeld van een geschenk om een gunstig antwoord te krijgen. Fascinerend om te zien hoe het christendom het gewaad van de cultuur aanneemt waarin ze ademt. Vanuit Amerika verspreidt het zogenaamde ‘voorspoedsevangelie’ zich over de hele wereld. Wie tienden van zijn inkomen (minimaal!) aan de kerk geeft, zal voorspoed ervaren, promotie op het werk en gezondheid. Het heidendom van Delphi in een modern jasje. In het museum zagen we het beeld van Antinoos. Een mooie, 20-jarige jongen die zich in 130 v.C. in de Nijl verdronk. Hij meende met dit offer zijn resterende levensjaren te kunnen schenken aan keizer Hadrianus die hij bewonderde. Hadrianus gaf hem de godenstatus en liet overal in het rijk standbeelden voor hem oprichten. Treurige godsdienst is het, die leeft uit het misverstand: hoe groter mijn offer, des te toeschietelijker de godheid.

Paulus
Doorkneed in de Thora wist Paulus dat geloof ‘vreze des Heren’ is. Op zijn reizen zal ook hij zich onzeker gevoeld hebben en werd zijn planning door ‘de Geest’ – zo noemt Lucas het – in de war gegooid. Soms kwamen er christenen op zijn pad die – ongevraagd – als ‘orakel’ optraden. ‘Ga niet naar Jeruzalem!’, zei zo’n profeet. ‘Je zult gevangen genomen worden. Paulus bedankte hem vriendelijk en…ging naar Jeruzalem. Geloven betekent ook jezelf trouw blijven en anderen helpen, zelfs al levert dat gevaar en ongemak op. Van God is het vee op duizend heuvels, van de Eeuwige is het zilver en het goud. Hij heeft, wat wij van Hem ontvingen, niet nodig om ons liefde te betonen. Maar met onze liederen en daden mogen we hem wel hoog houden (heiligen) in ons leven. Ook in Delphi moet dat besef geleefd hebben. Op de tempelmuur van Apollo heeft men een loflied aangetroffen uit 120 v.C. met een eenvoudige – de eerst bekende! – muzieknotatie. Schoonheid, vrede en harmonie hoorden bij Apollo. Paulus kende de bron waar we dat -zonder prijs en zonder geld – deelachtig kunnen worden. En hij getuigde daarvan in taal en liederen die zijn tijdgenoten konden verstaan.


Tekst en foto’s: Rob van Essen

Op de foto boven: Antinoos verdronk zichzelf in de Nijl om zijn jeugd te offeren aan keizer Hadrianus. Deze vergoddelijkte hem voor zijn daad. Hij was eeuwen hét toonbeeld van een knappe jongen

 

WP_20180531_11_22_54_Pro

Uit orakel van Delphi

IMG_2347 muzieknotatie

Oudste muzieknotatie

 

Paulus achterna (6): Kracht van liefde

32. IMG_2400 Synagoge Corinthe

Korinthe was een belangrijke handelsstad in Paulus’ dagen, die zo’n 300.000 inwoners telde. Heel bijzonder zijn de zeven Dorische zuilen van Apollo’s tempel uit circa 600 v.C. Iedere zuil weegt 16 ton en is ter plekke uit een steenblok van 60 ton gehouwen. De nieuwe tempel voor Apollo genoot in de Romeinse wereld grote faam. De aanwezigheid van onder andere een tempel voor Astarte en Serapis (Egypte) en Kybele (Frytisch) laat zien dat de stad een mix was van vele volken en religies. Er was ook een grote joodse bevolkingsgroep. Daaronder waren er, zoals Prisca en Aquila, joden die in 49 n.C. door een decreet van keizer Claudius uit Rome waren verbannen. Evenals Paulus verdienden ze hun brood als tentenmakers. Zeer waarschijnlijk hadden zij in Rome het geloof in Jezus omhelst. Maar dat is wel een geloof dat botste met het culturele en ethische klimaat in Korinthe.

Clash
Op de burcht (akropolis) van deze Oudgriekse stad, waar de belangrijkste tempels en monumenten werden gebouwd, stond de tempel die aan Aphrodite was gewijd, waar duizend gedienstige meisjes (hiërodulen) de liefde bedreven. De dienst aan Apollo, de tolgelden voor de ‘diolkos’, de weg over de landengte van Korinthe, de productie van het typische Korintische aardewerk van witte klei: die rijkdom creëerde een zelfgenoegzaam klimaat. In zijn eerste brief fulmineert Paulus tegen de rijken die bij de ‘liefdemalen’ de behoeftigen het nakijken geven. Ze bedrinken zich daar zelfs! Als ze dat nu in de tempel van Bachus deden…
In de brieven van de apostel blijkt dat die vroege gemeente in Korinthe allesbehalve voorbeeldig was. Paulus moet zowel binnen de christelijke gemeente, als naar buiten (heidenen en Joden) verdedigen dat de weg van Jezus zelfverloochening vraagt. Geen gepoch met materiële of geestelijke rijkdom. Geen aanspraak op privileges omdat je de Wet houdt of omdat je profetische gaven claimt. Het levert hem uiteindelijk een clash met de synagoge op en hij wordt aangeklaagd en bij de proconsul Gallio gebracht. Hun aanklacht is, vrij vertaald, dat hij mensen op verkeerde ideeën brengt. De tragiek van veel geloof is dat de aanhangers wel de liefde preken, maar niet in staat zijn die op te brengen voor wie anders denken.
Gallio houdt zich zorgvuldig buiten dit religieuze conflict en laat Paulus gaan. De omstanders slaan nu Sostenes in elkaar, die overste van de synagoge genoemd wordt. Zijn naam klinkt later in de aanhef van Paulus’ eerste brief aan de Korinthiërs. ‘Als Gallio die Paulus laat gaan, dan weten wij wel raad met de man die zijn oren naar hem laat hangen’, zo zal het sentiment geweest zijn.

Wij stonden met ons reisgezelschap bij de bema, de plek waarvandaan de consul de bevolking toesprak, en bij het gerechtsgebouw. ‘Hier is het gebeurd’, denk je dan. Angstige momenten, mishandeling en machteloos toezien als je medegelovige mishandeld wordt. Maar zou deze ervaring er mede toe geleid hebben dat Paulus aan de Korinthiërs zijn ‘hooglied van de liefde’ schrijft in het dertiende hoofdstuk van zijn brief? Het gaat daarin niet over romantische liefde, maar om – zoals Martin Luther King zei – de krácht om lief te hebben. Liefde die niet veroordeelt, maar geloof en hoop vruchtbaar maakt.


Tekst en foto’s: Rob van Essen

Op de foto boven: Steen uit de voormalige synagoge in Korinthe

IMG_2419

Bema en gerechtsgebouw Korinthe

Paulus achterna (7): Geen veilige wereld

WP_20180602_Leeuwenpoort, Mycene

Onze gids Ineke heeft ons met prachtige verhalen langs de plaatsen geleid waar de apostel ons voorging. Eigenlijk zijn we gisteren in Korinthe van dat spoor afgeweken, want Paulus had eerst Athene aangedaan. De stad die wij voor het laatst bewaren. Na Korinthe zijn wij eerst diep afgedaald in de tijd ver vóór de apostel. We bezochten bij Mycene het oudste en enige intacte koepelgraf, in de 19e eeuw ontdekt door de archeoloog Heinrich Schliemann. Het dateert uit de bronstijd en is 3500 jaar oud. Het is van binnen 14 meter hoog en de bouwers plaatsten boven de ingang een blok steen van 8 meter lang, 5 meter breed en 1.20 meter hoog. Het weegt 120 ton en is maar één van de blokken waarvan het gewicht in tonnen gemeten wordt. Volgens de mythe door reusachtige Cyclopen gebouwd. In 1968 publiceerde Erich von Däniken ‘Waren de goden kosmonauten’, waarin hij poneerde dat dit soort prestaties door buitenaardse wezens verricht zijn. Von Dänikens fantasie deed niet onder voor de Griekse vertellers die Cyclopen aan het werk zagen.

‘Wereldwonderen’
Als middelbare scholier las ik de Griekse en Romeinse mythen als literatuur. Tot evangelisch geloof bekeerd zag ik ze als oorkonden van afgoderij. Tijdens deze reis besefte ik dat deze oerverhalen structuur gaven aan de denk- en leefwereld van Paulus’ tijdgenoten. Het (half)goden universum biedt een verklaring voor leven en dood, rampspoed en voorspoed, wijsheid en begeerte. En de Romeinen keken even verbijsterd naar het 120 ton zware blok steen in de tombe van Atreus. Wie in zo’n graf begraven lag, moest haast wel bovenmenselijke kwaliteiten gehad hebben. En zo ontstonden er verhalen rond graven, natuurverschijnselen en ‘wereldwonderen’.
In de nabijgelege
n acropolis van Mycene, waar omheen zo’n 10.000 boeren leefden, werden scherven gevonden met de oudste vorm van de Griekse taal (Myceens). Het bleken 3400 jaar oude rekeningen te zijn en belastingtabellen. Zowel het koepelgraf, waar groot architectonisch inzicht voor nodig was, als de oudste ‘documenten’ uit de bronstijd illustreren hoezeer cultuur afhankelijk is van samenwerking, wijsheid en verbeeldingskracht. Een staaltje van dat laatste kregen we toen we de acropolis op liepen en plotseling de beroemde ‘Leeuwenpoort’ zichtbaar werd. Het enige beeldhouwwerk uit de Bronstijd, dat in de Oudheid de bezoeker van Mycene met ontzag vervuld moet hebben. Wat het nog steeds doet, al ontbreken de kleuren en de gouden (naar men denkt) leeuwinnenkoppen. De vroegste bewoners van Griekenland vertaalden of vertelden hun ontzag voor de wereld die ze aantroffen en waarin ze leefden in mythen die tot de huidige dag herkenning oproepen.

De oorzaken voor de repeterende oorlogen, de geschiedenis van heldendom en liefdeslust plaatste men deels buiten zichzelf. Jaloerse, twistende, wijze en gewelddadige goden moest je te vriend houden. Je lot lag in hun handen. Christelijk geloof kan ook zo’n systeem worden waarin de godsdienst moet dienen om onszelf veilig te stellen. Als we maar bidden en offeren, zal God het onheil wel van ons weren. Maar Jezus belooft ons geen veilige wereld. ‘Heb lief’, zegt hij, ‘want alleen de liefde drijft de vrees uit’.


Tekst en foto’s: Rob van Essen

Op de foto boven: De Leeuwenpoort in Mycene.

 

Foto’s: Gouden masker van ‘Agamemnon’ gevonden door Heinrich Schliemann. Koepelgraf bij Mycene – 3500 jr. oud.

 

Paulus achterna (8): Zweten is goed

 

WP_20180602_Theater van Epidauros

Op uitnodiging van onze gids Ineke gebruiken we de lunch aan het vriendelijk haventje van Archaia Epidavros aan de Saronische golf. Ik maak daarna nog even een ommetje en binnen een mum van tijd ben ik de weg kwijt. Nat van het zweet arriveer ik tien minuten te laat bij de bus. De Griekse gids wacht op ons in Epidaurus die ons rondleidt in de opgraving van het belangrijkste gezondheidscentrum van de oude wereld.

Volgens de mythe in de 6e eeuw v.C. gesticht door Asklepius, bij ons bekend dankzij de ‘esculaap’ van de huisarts. Dwars door oorlog en afbraak heen heeft het centrum tot de 5de eeuw n.C. gefunctioneerd. Het centrum is ook bekend dankzij het theater dat tot het mooiste in Griekenland gerekend wordt en 12.000 toeschouwers een plek kon geven. Er werden theaterstukken opgevoerd van Griekse schrijvers. Want zieken werden in Epidaurus betrokken bij hun genezing. Het prachtige theater is nu in de zomermaanden het toneel van een drama-festival, waar oude Griekse toneelstukken worden opgevoerd. Er zijn zo’n duizend jaar lang mensen uit het hele rijk naar dit genezingscentrum gekomen. Er was een hotel met 160 kamers, twee verdiepingen hoog, met een oppervlakte van 5000 vierkante meter. Gasten werden allereerst onderzocht of hun kwaal of aandoening te behandelen was. Zo nee, dan mocht je weer gaan. Wie bleef kreeg een therapie voorgeschreven: eerst moest het lichaam ontgift worden.

Men kon deelnemen aan kunstateliers, sport en het theaterbezoeken.

De Grieken kenden niet de scheiding tussen lichaam en geest. Onze gids sprak – heel modern – over de psychosomatische aanpak in Epidaurus. Ik moest direct denken aan de Zwitserse arts Paul Tournier die dat zo’n 60 jaar geleden al volhardend uitdroeg, In het audium waren muziekuitvoeringen. Sommige behandelingen waren wel exotisch. In de Asklepiuscultus werd bij koortsende mensen wel een (niet-giftige) slang om de hals gehangen. De koudbloedige moet het warme lijf verkoelen. Uiteraard speelde er ook de religieuze gedachte in mee dat de slang – hij legt zijn huid af – genezende kracht heeft.

Vergeven en verdragen
In het kleine museum van Epidauros waren talrijke dankbare inscripties van mensen die hier genezing vonden. Ook waren vele votiefgeschenken uitgestald. Een belangrijke plaats nam ook de aanbidding van Gaia (moeder aarde) in. Die verering bepaalde de zieke erbij dat gezondheid mede bepaald wordt door het besef van onze aardsheid en het evenwicht tussen lichaam en geest. Uiteraard zou Paulus zich gekeerd hebben tegen de verering van de goden die we hier vonden: Gaia, Athene, Asklepius en zijn dochters Hygieia (gezondheid), Acheloïs (maan en pijnstilling) en Panacea (geneesmiddelen). Tegelijk deelde Paulus een aantal fundamentele inzichten met deze Griekse benadering. Ook in Israël ging het om de eenheid van lichaam en ziel. Schuld maakt ziek, een vrolijk hart bevordert de genezing. De apostel schrijft aan de Korinthiërs dat hun onderlinge strijd ziekmakend is. Elkaar vergeven en verdragen, daar word je samen beter van als gemeenschap, Niet met een beroep op moeder Gaia, maar de Geest van het nieuwe leven, roept Paulus de mensen op verstandig met hun lijf om te gaan. Want ‘geestelijk’ betekent bij hem niet dat het aardse minderwaardig is. Het lichaam mag helemaal meedoen. Rennend door het dorp van onze gids, hijgend en zwetend, bedacht ik mij dat wat meer lichaamsbeweging mij geen kwaad zou doen.

Tekst en foto’s: Rob van Essen
Op de foto boven: Theater in Epidaurus, met plaats voor 12.000 toeschouwers.

 

WP_20180602_15_58_18_Rich

Asklepios

WP_20180602_Moeder aarde

Moedergodin Gaia

 

Paulus achterna (9): Preek op de markt

kleinste kerkje Athene

Van Tolo rijden wij in zo’n drie uur naar Athene. Onderweg een stop bij het kanaal van Korinthe, dat eind 19de eeuw werd gegraven. De laatste die er zich aan had gewaagd was keizer Nero geweest, die 6000 Joodse slaven aan het werk zette. Door zijn dood stopte het project om vele eeuwen later voltooid te worden. In Athene zijn we op tijd om op het Syntagmaplein de wisseling van de wacht bij het graf van de onbekende soldaat bij te wonen. Het is 35 graden en de twee wachters staan onder een linnen afdakje. De ‘voorstelling’ komt het dichtst bij een vertraagd afgespeeld ballet en een X-size wajang poppenspel. Een leger is nodig zegt men, maar balletten en vrolijke tetterende blaaskapellen mogen wat mij betreft afgeschaft worden. Ik vrees dat dat niet snel gebeurt.

Nóg vervelender was dat wij, met z’n veertigen samen gegroept bij de hotelbalie, de dief niet gezien hebben die er met de rugtas van Margriet vandoor ging. Weg paspoorten, betaalpassen en vakantiefoto’s! We wisten het: let op je spullen! Maar één onbewaakt moment…
Inmiddels is dankzij de Nederlandse ambassade de terugreis veiliggesteld, maar we werden er allemaal een beetje wantrouwig van. Met mijn geliefde Neeltje ging ik op onze laatste dag naar het prachtige Akropolis-museum. Op een aantal plaatsen is de beneden-vloer van glas, zodat de stad van enkele duizenden jaren geleden letterlijk onder je voeten ligt. Boven de beelden en restanten die de tempels sierden van het Parthenon, is de ooit 160 meter lange fries te zien met de voorstelling van een grote processie van mensen en dieren. Een groot deel bestaat echter uit replica’s, want twee derde ervan is ooit naar het British Museum afgevoerd (33 scheepsladingen). Ook in het Louvre kwam een deel terecht. De Europese gedachte gaat niet zover dat het geroofde wordt teruggebracht.

Christendom won terrein
Het hart van het klassieke Athene was de agora (plaats voor markten en openbaar bestuur). De hitte was inmiddels verlammend. Gelukkig vonden we verkoeling in de stoa (zuilengalerij) die Attalos II, koning van Pergamon (220-138 v.C.) liet bouwen. Het was als dank voor de filosofische opleiding die hij in Athene had genoten. Lang nadat het Christendom in 330 officieel erkend was, bleef Athene een centrum van filosofie en dienst aan de traditionele goden. In 529 verbood keizer Justinianus onderwijs in wet en filosofie in Athene. De tempels functioneerden in die tijd al nauwelijks, omdat het christendom terrein won. Het kerkje van de Heilige apostelen uit het jaar 1000 legt daar getuigenis van af. Bij de opgravingen van de agora was dit het enige latere gebouw dat niet is verwijderd. Er zijn resten van fresco’s (17de eeuw) op de wanden en in de koepel. En een suppoost waakt over ‘de eerbied in Gods huis’. Volgens sommige geleerden heeft Paulus bij de centrale Stoa naast de Agora zijn toespraak over de ‘onbekende God’ gehouden. Lucas vertelt over twee mensen die door Paulus’ woorden geraakt zijn. Het kerkje vertelt dat het daarbij niet gebleven is. Ons reisgezelschap valt uitéén na morgen, maar de meesten gaan in hun plaatselijke gemeente verder. Paulus achterna.

 

Tekst en foto’s: Rob van Essen
Op de foto boven: Het kleinste kerkje van Athene.

WP_20180605_14_24_57_Pro

Koepel kerkje van de apostelen

Wisseling wacht ballet

Wisseling van de wacht in Athene

Plaats een reactie