IN – DRUK
Overgangskerken kijken naar buiten
In februari 2011 werd de stad Christchurch in Nieuw Zeeland getroffen door een aardbeving met een kracht van 6.3. (Dat is dezelfde kracht waarmee volgens recente berekeningen een beving in Groningen zich zou kennen manifesteren). In oktober 2013 liep ik door het centrum van Christchurch, dat er nog steeds als een oorlogsgebied uitziet. Gestutte panden, leegstaande hoteltorens en kale vlaktes en centraal wat eens de trots van de stad was, de neo-Gotische Anglicaanse kathedraal uit 1864. Na vier aardbevingen overleefd te hebben, was de schade nu zo groot dat tot sloop is besloten. Ook de Rooms Katholieke kathedraal werd verwoest, maar helaas mislukten pogingen om samen tot nieuwbouw van een gemeenschappelijke vierplek te komen. Nu moet er nagedacht worden over een toekomstige plaats van eredienst. Wordt het een soort kopie van het 19e eeuwse gebouw of kiest men radicaal voor een onderkomen waarin tot uitdrukking komt hoe multicultureel Nieuw Zeeland is? Hierbij valt in het bijzonder te denken aan de culturele erfenis van de Maori’s, de oorspronkelijke bewoners. Ook is de vraag of het weer een louter sacrale plek moet worden en hoe men kerk-zijn in hartje stad zichtbaar wil maken. En hoe moet het in de tijd tussen afbraak en nieuwbouw? Men besloot om de Japanse architect Shigeru Ban te vragen een ‘transitional cathedral’ te ontwerpen. Met deze kerk wil de geloofsgemeenschap duidelijk maken dat het oude gebouw dan wel weg is, maar dat er temidden van ruïnes en wederopbouw een geloofsgemeenschap is die in de pijn en de hoop deelt. En zo verrees op korte afstand van de rampplek de zogenaamde ‘Kartonnen Kathedraal’, waarin zo’n 700 mensen kunnen. Grote waterafstotende en vuurproef kartonnen kokers dragen het geheel en het fundament bestaat uit scheepscontainers. In de voorgevel zitten prachtige glas in lood ramen en de kerk oogt als een grote tent. Het gebouw heeft een geschatte levensduur van tien jaar, wat de geloofsgemeenschap tijd geeft om erover na te denken hoe zij vierend en dienend in het stadshart aanwezig wil zijn. De gesprekken hierover met mensen ter plekke en ons bezoek aan enkele kerken bepaalden mij ook bij onze Haagse situatie. We zijn wel niet door een onverwachte aardbeving getroffen, maar raakten wel gebouwen kwijt het afgelopen jaar. ‘Gewoon’ doorgaan alsof er niets gebeurd is kan niet, zo zag ik in Nieuw Zeeland. Kerk zijn in de stad – en niet alleen daar – is tegenwoordig ‘transitional’. We leven in een overgangstijd en moeten het wagen het oude vertrouwde los te laten, zonder elkaar en de Heer uit het oog te verliezen. Al is het tijdelijk in een kartonnen tent, de Maaltijd wordt gevierd en het loflied gezongen. Wat mij ook trof in verschillende Nieuw Zeelandse kerken is het raam achter het altaar: via het kruis kijk je de wereld in. Daar is de schepping die behoed moet worden. Mediterend op de kerkbank bedacht ik mij ook dat het kruis – teken van ultieme liefde – mij verbindt met wie buiten zijn. Of we nu binnen of buiten zijn, zonder liefde blijven we met de brokken zitten.
Rob van Essen